De visie van onze expert: "Geef waterstof een kans op slagen."

17
/03

Wat hebben de getallen 128, 30 en 50 met elkaar gemeen? Het gaat om het aantal waterstofstations dat in de volgende jaren in Duitsland, Nederland en Frankrijk zal gebouwd worden. In Vlaanderen is de situatie ingewikkelder. Vergelijkbaar met een prille relatie die de ene partner maar al te graag wat officiëler wil maken, maar waarbij de andere dubbelzinnige signalen uitzendt omdat hij niet kan beslissen of hij er al klaar voor is of omdat het huwelijkscontract niet goed zit. Het verklaart waarom er vandaag amper waterstofauto’s in ons land rijden. Roald Borré, hoofd Risicokapitaal bij PMV, legt uit:

Paringsdans tussen overheid en energieleveranciers

Verschillende bedrijven hebben al langer hun liefde verklaard voor waterstof en hebben de waterstoftechnologie op punt gesteld. Met resultaat. Een waterstofwagen stoot geen CO2 uit en het gebruiksgemak voor consumenten is hetzelfde als bij een klassieke verbrandingsmotor. In tegenstelling tot elektrische wagens kan je er ook grote afstanden mee afleggen en duurt het tanken maar enkele minuten.

Dan is er nog het grote potentieel aan waterstof dat in Vlaanderen aanwezig is, of dat op een duurzame manier kan worden gemaakt. Genoeg om zowat alle wagens in België op waterstof te laten rijden. Bovendien wordt ons land doorkruist door het grootste ondergrondse waterstofnetwerk ter wereld. Dat Vlaanderen aan de bron zit, is een understatement van formaat. Eigenaar Air Liquide opende een eerste waterstoftankstation in Zaventem met financiële steun van Europa. Maar waterstof kan evengoed opgewekt worden uit hernieuwbare energiebronnen. Zo maakt Colruyt zijn eigen groene waterstof in Halle. Kortom: verschillende spelers staan te trappelen om de markt in beweging te zetten, maar wachten daarvoor op enkele garanties van de overheid.

De overheid van haar kant toont zich ook stilaan minnaar van de waterstoftechnologie. Recentelijk stelde de Vlaamse regering zich tot doel om tegen 2020 het aantal waterstoftankstations uit te breiden tot 20. Maar om dit concreet uit te rollen, wordt – u raadt het nooit - vooral gekeken naar enkele garanties door private spelers. Beide partijen voelen dus wel wat voor waterstof, maar kijken het wit uit elkaars ogen.

Samen risico’s overbruggen

De stap om effectief naar elkaar toe te groeien, ontbreekt. En die zit in de kosten die zijn verbonden aan de uitbouw van waterstofinfrastructuur. De investeringskosten van een waterstoftankstation bedragen zo’n 2 tot 4 miljoen euro. In totaal gaat het dus om zo’n 40 tot 80 miljoen euro om de Vlaamse doelstellingen te behalen. Maar daar stopt het niet. Wegens het beperkte aantal waterstofwagens zal de uitbating van de stations in de eerste 5 jaar verlieslatend zijn. Onoverkomelijk voor 1 bedrijf én ondenkbaar voor banken om te financieren.

De overheid heeft de taak om de juiste randvoorwaarden te creëren zodat het aanwezige potentieel in de markt zich kan ontwikkelen. In het bijzonder kan ze het investeringsrisico delen en een subsidiecomponent op lange termijn inbouwen. In Vlaanderen kan een partij als PMV optreden als financiële facilitator. Maar er kan ook gekeken worden naar de rol van autoconstructeurs en energieproducenten. In Duitsland bijvoorbeeld, nam de overheid het initiatief om samen met energieconcerns 260 miljoen euro te investeren in waterstofstations.

Verder kunnen overheden en bedrijven de rol van lead customer opnemen. Door zelf waterstofauto’s in hun wagenpark op te nemen, kunnen ze niet enkel de markt een noodzakelijk duwtje in de rug geven, maar ook een voortrekkersrol spelen in de mentaliteitswijziging bij consumenten. Tot slot is er nood aan samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus zodat er een globale visie bestaat op mobiliteit. Dat is nodig om de omslag te maken naar een alternatieve brandstof. Om maar één voorbeeld te noemen: Vlaanderen kan dan wel de bouw van waterstoftankstations subsidiëren, maar zit niet aan het stuur van de fiscale aftrekken voor bedrijfswagens. Indien de fiscaliteit van de bedrijfswagens verder gestuurd wordt, kan de investering in waterstof misschien zelfs zonder extra kosten voor de overheid.

Kortom, het is duidelijk dat er zich een mooie opportuniteit aanbiedt. Maar in tegenstelling tot onze buurlanden dreigen we de waterstoftrein toch te missen. Hoog tijd dus dat we de vrijage met waterstof de nodige sérieux geven en de stap zetten naar een geslaagd huwelijk.