PMV coördineert de investeringsmiddelen van het European Fund for Strategic Investments (EFSI) in Vlaanderen

PMV wordt voor Vlaanderen het aanspreekpunt voor het “Juncker-plan”, officieel het “European Fund for Strategic Investments” (EFSI). Dat plan gaat effectief van start vanaf september 2015.

 

De Vlaamse regering heeft de Vlaamse investeringsmaatschappij PMV aangeduid om een investeringsplatform op te zetten en de Vlaamse projecten te stroomlijnen.

Met het Juncker-plan wil Europa bijkomende middelen vrijmaken om de investeringen binnen de Eurozone aan te zwengelen. Hiervoor werd een European Fund for Strategic Investments (EFSI) opgezet, enerzijds voor infrastructuurprojecten die de economie structureel verstreken en anderzijds ter ondersteuning van kleine en middelgrote bedrijven. In totaal gaat het om 315 miljard aan bijkomende middelen voor de Eurozone.
Gezien haar expertise en inzicht in het Vlaamse en Europese investerings- en financieringslandschap, heeft de Vlaamse regering PMV aangeduid om de bijkomende Europese middelen voor de Vlaamse projecten te coördineren.

Wat betekent het EFSI voor u als ondernemer?

De geldmiddelen die Europa ter beschikking stelt, moet private investeerders gemakkelijker overtuigen om mee in te stappen in het project. De Europese Unie wil zelf een deel van het risico dragen om zo privaat kapitaal te mobiliseren. Extra investeringen betekenen concrete kansen voor ondernemers en initiatiefnemers om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen, te financieren en op de markt te brengen. Dat leidt tot banen en draagt bij aan hogere economische groei.
De komende 3 jaar moet op die manier zo’n 75 miljard euro ten goed komen aan de KMO’s en 240 miljard euro aan infrastructuurprojecten.

Meer weten
Voor meer informatie over het Juncker-plan en wat dit voor u kan betekenen, neem contact op met PMV via efsi@pmv.eu of via 02 229 52 30
 

Het investeringsplan voor Europa: vragen en antwoorden

1.Wat is het Investeringsplan voor Europa? Waarom hebben we dit nodig?

Sinds de wereldwijde economische en financiële crisis lijdt de EU onder afnemende investeringen. Om deze neerwaartse trend om te buigen en Europa weer stevig op weg naar economisch herstel te helpen – de topprioriteit van de Commissie Juncker – zijn collectieve en gecoördineerde inspanningen nodig op Europees niveau. Vergeleken met de piek van 2007 zijn de investeringen in de EU met ongeveer 15% gedaald. Op de korte termijn werkt een zwakke investeringsgraad vertragend voor het economisch herstel; op langere termijn hebben uitblijvende investeringen een negatief effect op de groei en het concurrentievermogen. De beperkte investeringen in de eurozone hebben een aanzienlijke impact op de kapitaalvoorraad, wat op zijn beurt een rem vormt voor het groeipotentieel, de productiviteit, de tewerkstellingscijfers en het scheppen van werkgelegenheid in Europa.
Het Investeringsplan voor Europa heeft drie doelstellingen: de obstakels voor investeringen wegwerken door de eengemaakte markt te verdiepen, meer zichtbaarheid en technische ondersteuning verlenen aan investeringsprojecten, en slimmer gebruikmaken van zowel nieuwe als bestaande financiële middelen. Volgens schattingen van de Europese Commissie kan het Investeringsplan 330 tot 410 miljard EUR bijdragen tot het BBP van de EU en kan het leiden tot de creatie van 1 tot 1,3 miljoen nieuwe banen de komende jaren. Er is in de EU weliswaar voldoende liquiditeit, maar particuliere investeerders investeren niet genoeg. Dat laatste is onder meer te wijten aan onzekerheid en een gebrek aan vertrouwen. Het Investeringsplan voor Europa wil daar iets aan doen.

2. Wanneer treedt het EFSI in werking?

Op 28 mei 2015 bereikten de EU-wetgevers een politiek akkoord over de ontwerpverordening betreffende een Europees Fonds voor Strategische Investeringen (EFSI). Dit was amper vier en een halve maand nadat de Commissie op 13 januari het wetgevingsvoorstel tot oprichting van het EFSI had aangenomen. De Lidstaten bekrachtigden dit unaniem op 10 maart en het Europees Parlement stemde in commissie op 20 april. De plenaire zitting van het Europees parlement gaf haar definitieve goedkeuring op 24 juni, waardoor het EFSI zoals voorzien tegen de vroege herfst 2015 startklaar zal zijn.

3. Hoeveel middelen stelt Europa ter beschikking? 

Onder het EFSI-initiatief worden 8 miljard euro aan middelen van de Europese Investeringsbank (EIB) geheralloceerd voor dit investeringsplan. Verder worden nog voor 8 miljard euro aan middelen die zouden ingezet worden onder diverse andere Europese initiatieven ook geheralloceerd naar het EFSI. Ten slotte wordt nog gemikt op 5 miljard euro aan andere middelen die in de toekomst aan EFSI zullen worden toegekend. Die drie bedragen samen brengen de totale EFSI-middelen op 21 miljard euro. 

Uit ervaring weet het EIB dat elke euro die zij uitgeeft in het totaal 15 euro in beweging brengt dankzij bankfinanciering en andere middelen die bijeengebracht worden door de initiatiefnemers. Vandaar dat het EFSI beoogt om 315 miljard euro in werking te stellen.

4. Hoe kunnen lidstaten bijdragen tot het Investeringsplan?

Het EFSI is zeer flexibel opgebouwd, zodat de lidstaten vlot kunnen participeren. Lidstaten kunnen rechtstreeks bijdragen of via hun nationale stimuleringsbanken (“national promotional banks”, PMV is een “national promotional bank”) , hetzij op het niveau van de risicodragende capaciteit (aanvullen van de bijdragen van het EU-budget en de EIB), via een investeringsplatform, of door bepaalde projecten en activiteiten rechtstreeks mee te financieren.

5. Wat voor projecten zal het EFSI steunen?

Uit contacten met de privésector is gebleken dat investeerders veel belang hechten aan een degelijke kwaliteit en een onafhankelijke selectie van de projecten die door het Investeringsplan kunnen worden gesteund. De projecten moeten (1) economisch haalbaar zijn met steun van het initiatief, (2) voldoende volgroeid zijn om op globale of lokale basis te beoordelen, (3) een Europese meerwaarde bieden en verenigbaar zijn met de prioriteiten van het EU-beleid, en (4) waar mogelijk zoveel mogelijk gebruikmaken van financiering door de privésector. De projecten moeten niet noodzakelijk grensoverschrijdend zijn.
Dankzij de EU-waarborg zal de EIB verder kunnen gaan dan gewoonlijk en zal ze riskantere investeringen kunnen doen. Op die manier kan de EIB naast de privésector investeren in riskante projecten, zonder haar triple A-rating in gevaar te brengen.

6. Volgens welke criteria zullen de projecten geselecteerd worden? Welke projecten zullen gefinancierd worden? Wie zal verantwoordelijk zijn om te beslissen of de projecten aan de criteria voldoen?

De projecten zullen niet worden gekozen om politieke redenen. Er gelden strenge selectiecriteria en geen land- of sectorspecifieke quota’s. Dat is van cruciaal belang om particuliere investeerders aan te trekken om in het EFSI te participeren. Elke indruk van overheidsinmenging zal de particuliere sector afschrikken. Het Investeringscomité, dat bestaat uit onafhankelijke experten, zal op basis van de investeringsrichtlijnen en van een reeks scores voor diverse indicatoren beslissen of specifieke projecten wel of niet door de EU-waarborg kunnen worden gesteund.
De projecten zullen worden geselecteerd op basis van hun “additionaliteit” (d.w.z. dat ze niet realiseerbaar zijn zonder de steun van de EU-waarborg), economische haalbaarheid, betrouwbaarheid en geloofwaardigheid, en hun bijdrage tot belangrijke groeibevorderende domeinen overeenkomstig het EU-beleid. Tot die domeinen behoren onderwijs en kennis, innovatie en digitale economie, energie, verkeersinfrastructuur, sociale infrastructuur, natuurlijke hulpbronnen en milieu. Verder moeten de projecten waar mogelijk financiering vanuit de privésector inschakelen.

7. Wie kan EFSI-financiering aanvragen en hoe kunnen zij dat doen? Is er een minimumdrempel?

Kunnen EFSI-financiering aanvragen: entiteiten van elke omvang, met inbegrip van nutsbedrijven, special purpose vehicles of projectvennootschappen; kleine en middelgrote ondernemingen (tot 250 werknemers) en midcapbedrijven (tot 3000 werknemers); publiekrechtelijke lichamen (behalve de lidstaten zelf); nationale stimuleringsbanken (PMV is een “national promotional bank”, nationale stimuleringsbank, npb) of andere banken voor het verstrekken van bemiddelde leningen; fondsen en elke andere vorm van collectieve beleggingsregelingen; maatgerichte investeringsplatforms.
Er zijn diverse manieren om EFSI-financiering aan te vragen. Vlaamse bedrijven en projecten kunnen zich richten tot PMV dat het dossier evalueert en ondersteuning biedt om het volledige dossier bij EFSI te introduceren. Elke projectpromoter kan ook te allen tijde rechtstreeks contact opnemen met de EIB om een voorstel te doen, via de gebruikelijke weg op de website van de EIB. Projecten kunnen op elk ogenblik worden ingediend, dit is een dynamisch proces.
Wanneer de EIB een projectvoorstel ontvangt, zal ze het voorstel analyseren en beslissen of het in aanmerking komt voor EIB- of EFSI-financiering (gesteund door de EU-waarborg). Ten slotte kunnen kmo’s die interesse hebben in EFSI-transacties gefinancierd via het Europees Investeringsfonds (EIF) – het luik kmo’s en midcapbedrijven – informatie over de financiële bemiddelaars van het EIF raadplegen op de EIF-website.

8. Wanneer moet men op Vlaams niveau (PMV) of wanneer op Europees niveau (EFSI/EIB/EIF) een aanvraag indienen?

De Vlaamse Regering vraagt PMV op te treden als coördinator om het de ondernemer of initiatiefnemer gemakkelijker te maken. Door het dossier neer te leggen bij PMV zal automatisch gekeken worden of het dossier met Vlaamse dan wel Europese middelen gefinancierd wordt.

9. Hoe zal het EFSI kmo’s helpen?

Het EFSI zal financiering bieden (gebruikmakend van middelen zoals eigen kapitaal, quasi-eigen kapitaal en andere) voor projecten die als risicovol worden bestempeld, wat in het huidige economische klimaat vaak ontbreekt. Dit kan gunstig zijn voor kleine, innovatieve, beginnende bedrijven, die in de ogen van investeerders meestal een groter risico vormen dan grotere of meer gevestigde bedrijven. Een kwart van de totale investeringen waarvoor het EFSI als katalysator zal werken, of 75 miljard EUR over drie jaar, zal naar kmo’s en midcapbedrijven gaan via het Europees Investeringsfonds (EIF), dat deel uitmaakt van de EIB-groep. Kmo’s ontvangen normaal gezien financiering via specifieke fondsen, zoals special purpose vehicles (SPV’s), of bemiddelaars zoals banken.

10. Wat is het verschil tussen enerzijds de huidige door de EIB gefinancierde projecten en anderzijds projecten gefinancierd door het EFSI? Wat is die zogenaamde “additionaliteit”?

“Additionaliteit” betekent dat een project niet realiseerbaar zou zijn zonder de steun van de EU-waarborg en dat andere vormen van financiering voor dit project niet beschikbaar waren wegens het risicoprofiel.
De activiteiten van het EFSI vormen een aanvulling op de traditionele activiteiten van de EIB, omdat ze over het algemeen op een ander risicoprofiel gericht zijn. Zo zal het EFSI bijvoorbeeld betrokken zijn bij de sectoren van de allernieuwste technologie en innovatie, en ook projecten financieren die als risicovoller worden beschouwd wegens hun landenrisico en wegens de afkeer van risico’s bij particuliere investeerders.
Het EIF zal als voorheen kmo’s en midcapbedrijven blijven financieren, maar het EFSI zal dit op een grotere schaal mogelijk maken, voor bedrijven met een risicovoller of innovatiever profiel, en sneller dan voorzien door het EIF.

11. Hoe zal de Commissie garanderen dat een Fonds dat in wezen afhankelijk is van particuliere inbreng, zal investeren in projecten die gericht zijn op het bevorderen van duurzame en milieuvriendelijke economische groei?

Bij de beslissing in welke projecten het zal investeren, zal het Fonds investeringsrichtlijnen volgen. Het Investeringscomité zal over individuele projecten beslissen op basis van hun intrinsieke waarde. De criteria voor levensvatbaarheid verschillen naargelang de aard van de sector: hernieuwbare energie verschilt duidelijk van transport, dat dan weer heel anders is dan onderwijs. Elementen zoals het bevorderen van duurzame en milieuvriendelijke economische groei en het creëren van kwaliteitsvolle tewerkstelling, ook wat de concurrentiekracht betreft, zullen in die context wellicht meetellen, met name via de diverse scores die bij de beoordeling van de projecten worden bijgehouden.

12. Zullen EFSI-projecten onder de staatssteunregels vallen?

EFSI-financiering is, in de betekenis van de EU-Verdragen, geen staatssteun en zal niet moeten worden goedgekeurd door de Europese Commissie onder de EU-staatssteunregels. De activiteiten van het EFSI zijn gericht op het aanpakken van marktfalen of suboptimale investeringssituaties die anders niet, of niet in dezelfde mate, kunnen worden verholpen. Het EFSI zal zijn steun met name verlenen aan projecten met een hoger risicoprofiel dan projecten die door de normale werking van de EIB worden gesteund.
Toch kunnen projecten die door het EFSI worden gesteund ook de financiële steun (medefinanciering) van EU-lidstaten genieten. Een dergelijke medefinanciering is, tenzij verleend tegen marktvoorwaarden, staatssteun die door de Commissie moet worden goedgekeurd.
De voorbije twee jaar heeft de Commissie haar regels voor staatssteun fundamenteel gemoderniseerd. Het geheel van regels met betrekking tot belangrijke economische sectoren zoals breedband, luchtvaart of energie werd geüpdatet om te garanderen dat belastinggeld op een goede manier wordt besteed aan slimme hulpmaatregelen die bijdragen tot economische groei en die de eerlijke concurrentie niet schenden. De Commissie zal EFSI-projecten die medegefinancierd worden door lidstaten beoordelen op basis van haar gemoderniseerde kader voor staatssteun.
Om het EFSI te steunen, zal de Commissie medefinanciering door lidstaten prioritair evalueren en versneld behandelen. De Commissie stelt zich ten doel die evaluatie af te ronden binnen de zes weken nadat ze de vereiste informatie van de betreffende lidstaat heeft ontvangen. Ter ondersteuning van dit versnelde proces zal de Commissie een interne task force oprichten, een speciale werkgroep in het leven roepen via dewelke de lidstaten ‘beste praktijken’ kunnen uitwisselen, en real-time advies verlenen aan lidstaten over hoe ze projecten kunnen ontwerpen die aan de regels voor EU-staatssteun voldoen.
Het versnelde proces biedt een antwoord op de uitzonderlijke nood om de huidige investeringskloof in de EU en het gebrek aan risicofinanciering voor economisch haalbare projecten te overbruggen, problemen die het EFSI wil aanpakken door private investering te mobiliseren, en de specifieke vorm van financiering die ze zullen bieden.
De EU-staatssteunregels gaan hand in hand met de doelstelling van het Investeringsplan om marktfalen aan te pakken en private investering te mobiliseren. De regels zorgen ervoor dat investeringsprojecten op reële noden gericht zijn, dat ze de kosten onder controle houden en dat ze garanderen dat overheidsgeld daadwerkelijk nodig is om de projecten van de grond te krijgen.

13. Waarom hebben leningen, eigen vermogen en waarborgen een groter hefboomeffect dan subsidies?

Het extra hefboomeffect wordt teweeggebracht door het feit dat de EIB het geld gebruikt om kapitaal aan te trekken, in plaats van dat het geld rechtstreeks naar de eindontvanger gaat: de 21 miljard EUR van het EFSI stelt de EIB in staat ongeveer drie keer zoveel te lenen, en vervolgens te investeren in /financiële steun te verlenen aan de uiteindelijke ontvangers, in plaats van dat de 21 miljard EUR rechtstreeks wordt gegeven in de vorm van subsidies.

14. Er zal geld gaan naar relatief veilige projecten die hoe dan ook gefinancierd zouden worden. Verdringt het Investeringsplan de particuliere investeerders?

Het EFSI richt zich op projecten met een hoger risico dan de private sector vanzelf zou financieren zonder de EU-waarborg. Het helpt projecten te financieren die niet gefinancierd zouden kunnen worden door de publieke of private sector alleen. Het is niet de bedoeling van het EFSI om projecten te financieren die toegang kunnen krijgen tot financiering in de private sector, op nationaal niveau of via andere EU-regelingen. Het EFSI zal gemiddeld 20% van de totale investering financieren en 80% overlaten aan andere financieringsbronnen.

15. Op wat voor financiële instrumenten zullen de activiteiten van het EFSI een beroep doen om particuliere/publieke investeerders aan te trekken bij de financiering van een project?

Het EFSI zal werken met een brede waaier aan financiële instrumenten en zal die op een flexibele manier gebruiken, afhankelijk van het betreffende project, met het oog op de meest efficiënte financieringsoplossingen. Het EFSI kan bijvoorbeeld schuldinstrumenten gebruiken, waarborgen, eigen kapitaal, hybride kapitaalinstrumenten, kredietverbeteringsinstrumenten of durfkapitaal. Het zal rechtstreeks projecten kunnen financieren of participeren in fondsen die diverse projecten financieren.

16. Hoe lang zal het EFSI operationeel zijn? Wat is de levensduur van het Fonds?

Het EFSI heeft een initiële investeringsperiode van vier jaar. Na drie jaar zal het aan een onafhankelijke evaluatie worden onderworpen. De Commissie zal een verslag publiceren met een evaluatie van de impact in de hele EU op het vlak van investeringen, het creëren van werkgelegenheid en toegang tot financiering voor kmo’s en midcapbedrijven. Op basis van het verslag zal de Commissie bij de medewetgevers een voorstel indienen om een nieuw investeringsplan te bepalen met een passende financiering, indien:
• het verslag tot de conclusie komt dat het EFSI zijn doelstellingen bereikt en dat handhaving van een regeling ter ondersteuning van investeringen gerechtvaardigd is; of
• het verslag tot de conclusie komt dat het EFSI zijn doelstellingen niet bereikt, maar dat handhaving van een regeling ter ondersteuning van investeringen desalniettemin gerechtvaardigd is. In dit geval zou de Commissie een voorstel aannemen tot wijziging van het EFSI om de vastgestelde onvolkomenheden aan te pakken.

17. Veel investeringshorizonten zijn langer dan de levensduur van het EFSI. Hoe zal men dit aanpakken?

De projecten die met EFSI-steun worden uitgevoerd zijn EIB- en EIF-projecten en zullen door die instanties worden gemonitord, ongeacht de duur van de investeringsperiode.

18. Kunnen de schuldinstrumenten en risicofinancieringsinstrumenten in het EFSI gecombineerd worden met structurele fondsen?

Structurele fondsen (zie hiervoor: http://ec.europa.eu/regional_policy/nl/funding/)  kunnen door lidstaten worden gebruikt om naast het EFSI te investeren in projecten die daarvoor in aanmerking komen. Aan lidstaten en regionale overheden wordt ook gevraagd om de hen beschikbare EU-fondsen zo doeltreffend mogelijk te gebruiken ter ondersteuning van investeringen, door te focussen op belangrijke domeinen, en het multiplicatoreffect van elke geïnvesteerde euro te maximaliseren. Dit impliceert een groter gebruik van financiële instrumenten in de vorm van leningen, eigen vermogen en waarborgen, dan van de traditionele subsidies.
In de context van het Investeringsplan is het de ambitie om het gebruik van innovatieve financiële instrumenten en de Europese structuur- en investeringsfondsen minstens te verdubbelen tussen 2014 en 2020. Het toegenomen gebruik van innovatieve financiële instrumenten, ten opzichte van subsidies, moet zorgen voor een bijkomende impact op elke gemobiliseerde euro.
Door de hoeveelheid innovatieve instrumenten te verdubbelen en gebruik te maken van het multiplicatoreffect, zouden tussen 2015 en 2017 minstens 20 miljard EUR aan bijkomende investeringen in de reële economie door structurele fondsen kunnen worden gemobiliseerd.
Aan de lidstaten wordt gevraagd om de fondsen die nog beschikbaar zijn onder de programmaperiode 2007-2013 zo doeltreffend mogelijk te gebruiken en erop toe te zien dat ze ten volle worden gebruikt ter ondersteuning van dit Investeringsplan.
     

top